Het Hart  >>  werking 

Werking van het hart,


- Functie van het hart
- Structuur van het hart
- Het Prikkelgeleidingssysteem van het hart
- De hartcyclus


Functie van het hart

boven

Het hart is een pomp die het bloed in het lichaam rondstuurt. Bij gezonde mensen is het hart ongeveer even groot als een gebalde vuist en pompt elke dag ruim 720 liter bloed door de bloedvaten.
HartpompDeze bloedsomloop levert aan alle organen van het lichaam voldoende voedsel en zuurstof (O²) en het voert terzelfdertijd de afvalstoffen en de verbrandingsgassen (CO²) af. Hierdoor krijgen alle cellen van elk orgaan voldoende energie om naar behoren te functioneren.

Structuur van het hart

boven

De hartpomp:
De pomp bestaat uit twee delen die tegelijkertijd werken: het rechterhart voor de kleine bloedsomloop, het linkerhart voor de grote bloedsomloop. Iedere helft bestaat uit een voorkamer (ook atrium of boezem genoemd) waar het bloed in het hart toekomt en een kamer (of ventrikel) waar het bloed vertrekt uit het hart.
We volgen even de weg die het bloed aflegt:
Het bloed stroomt door de aorta, de grootste slagader van het lichaam, het hart uit. Alle grote slagaders zijn aftakkingen van de aorta die het bloed naar alle delen van het lichaam brengen.
Via andere bloedvaten, de aders of venen, stroomt het bloed terug naar het hart. Nadat het bloed in de longen zuurstof heeft opgenomen, komt het weer naar het hart van waaruit het zuurstofrijk bloed opnieuw in het lichaam rondgepompt wordt. Die bloedstroom door het hart, de longen en het lichaam wordt de circulatie genoemd. Als het hart pompt, ontstaat er een pulsering. Door deze pulsering te tellen, te voelen aan de pols, weet u hoe vaak het hart per minuut pompt of slaat.

De kransslagaders:
Zoals alle weefsels heeft het hart bloed nodig dat voedingsstoffen en zuurstof aanbrengt om te kunnen werken. De kransslagaders of coronaire arteriën ontspringen aan het begin van de aorta en liggen als een krans om het hart. Deze voorzien het hart van zuurstof en voedselrijk bloed en nemen koolstofdioxide op.

De drie kransslagaders zijn:

Klik om te vergroten 1) de rechter coronaire arterie die loopt tussen rechter boezem en rechterkamer
2) de linker anterior descendens: een bloedvat dat loopt tussen de twee kamers
3) de linker circumflex arterie: een bloedvat dat om het hart draait tussen linkerboezem en kamer

Deze drie hoofdvaten hebben talrijke vertakkingen die de hartspier volledig bevoorraden. 
De kransslagaders hebben een wisselende diameter: ze kunnen uitzetten bijvoorbeeld bij inspanning of door geneesmiddelen, of vernauwen door samentrekking van de vaatwand ( coronair spasme ). 

De hartkleppen:
Om te zorgen dat het bloed slechts in één richting stroomt, is er tussen elke kamer en voorkamer een klep die verhindert dat het bloed bij het samentrekken van de kamers terug zou vloeien naar de voorkamers. 
     Mitralisklep: klep tussen linker voorkamer en linker kamer 
     Tricuspidalisklep: tussen rechter voorkamer en rechter kamer 

Om te vermijden dat het bloed, dat uit het hart naar de longslagader en naar de lichaamsslagader wordt gepompt, terug in het hart zou vloeien, zijn ook hier kleppen voorzien.Hartkleppen - Klik om te vergroten 
     Aortaklep: klep tussen linker hartkamer en de aorta (lichaamsslagader) 
     Pulmonalisklep: de klep tussen de rechter hartkamer en de longslagader

Het Prikkelgeleidingssysteem van het hart

boven

Het elektrisch signaal dat het hart doet samentrekken komt uit het hart zelf. Het samentrekken van de verschillende delen van het hart gebeurt in een welbepaalde volgorde. Het elektrisch signaal begint in de Sinusknoop (of knoop van Keith-Flack), gelegen in de top van de rechter voorkamer of atrium en doet beide voorkamers samentrekken. Het signaal komt vervolgens terecht in de AtrioVentrikulaire (AV-) knoop. Deze knoop fungeert als verbindingsstation tussen voorkamers en kamers: de prikkel uit de voorkamer wordt - met enige vertraging - doorgegeven naar de prikkelgeleidingsbanen van de kamers, zodat ook de kamers samentrekken (= systole). Dit gaat gepaard met een sterke stijging van de druk. Als de prikkel voorbij is, ontspant het hart zich weer, waardoor de kamers zich weer kunnen vullen met bloed. Deze fase, waarin de druk van de kamers laag is, wordt de diastole genoemd. De frequentie waarmee de Sinusknoop elektrische prikkels uitzendt bepaalt het hartritme en is o.a. afhankelijk van de lichamelijke behoefte, stress en hormonale factoren.

Voor meer info over de hartcyclus en het geleidingssysteem klik hier

 

 

 

 


webmaster: Verbanck Koen

 

© webdesign 2004